Valencia
Valencia is "een eerste klas rijtuig voor reizigers uit de derde klas". Zo luidt een Spaans gezegde over de stad aan de Spaanse oostkust. Het geeft niet alleen de minachting, maar ook de afgunst weer die Castilianen en Catalanen voelen voor Valencia. De 750.000 Valencianen zelf gaan er niet onder gebukt en zijn trots op hun "volkse" levenskunst.
Valencia ligt aan de monding van de Río Turia in een vruchtbare vlakte, de Huerta. De provincie Valencia is dan ook een rijk tuinbouwgebied met plantages van sinaasappelen, katoen, citroenen, olijven, amandelen, granaatappels en witte moerbeibomen voor de zijderupsenteelt.
Tot halverwege de 19de eeuw was Valencia een ommuurde stad, maar nu zijn er van de stadsmuur nog maar twee poorten over: de elegante Torres de Serranos en de massieve Torres de Quart.
Valencia is ook de "stad van honderd klokkentorens". De bekendste is de gotische toren van Miguelete, die hoort bij de kathedraal (La Seo).
De bouw van die kathedraal begon in de 13de eeuw en werd in 1482 afgerond. Bijzonder is dat de drie toegangen in drie verschillende stijlen zijn gebouwd: romaans, barok en gotisch. In het gebouw zijn onder meer twee grote religieuze schilderingen van Goya te zien.
Bij de gotische toegang, Puerta de los Apostoles, wordt elke donderdag het "watergerecht" gehouden. Dit Tribunal de las Aquas werd al in de 10de eeuw ingesteld.
De laat-gotische Zijdebeurs (Lonja de la Seda) is door UNESCO uitgeroepen tot Werelderfgoed. In de zuilenzaal van dit gebouw uit de 15de eeuw worden nog steeds transacties gesloten
De stad heeft maar liefst 86 musea en vele kunstgalerieën. In het Museo de Bellas Artes zijn 2000 schilderijen en beelden te zien uit de periode van de Oudheid tot de 19de eeuw. Het Museo Domingo Fletcher heeft een unieke verzameling inscripties uit de Steentijd. In sterk contrast hiermee staat het futuristische Museum voor Kunst en Wetenschap.
In maart trilt Valencia op zijn grondvesten door de Fallas de San José. Dat is een feest om het begin van de lente in te luiden. Enorme karikaturale figuren van papier-maché, hout of karton worden in de straten opgesteld of in optochten meegedragen. Op de laatste nacht worden deze poppen verbrand.
Valencia heeft de Spaanse keuken verrijkt met paella, een rijstgerecht dat vaak wordt bereid met schaal- of schelpdieren, maar ook vlees of vis kan bevatten. Volgens de overlevering hoort de man dit gerecht voor de vrouw te maken, want paella zou een afkorting zijn van "para ella", oftewel "voor haar".
Frits Mulder, Taal en tekst.